Recensies en reacties op De week van de emaildokter.
Uit: Nederlands Militair Geneeskundig Tijdschrift; maart 2005; 58: 72.
DE WEEK VAN DE EMAILDOKTER.
In dit boekje zijn 45 columns van de auteur verzameld, die in het afgelopen jaar op zijn internetsite www.emaildokter.nl verschenen zijn. De schrijver vroeg ons of het mogelijk was in het NMGT een recensie te plaatsen. De reden om dit daadwerkelijk te doen is niet zozeer gelegen in het wetenschap
pelijk belang voor de militaire gezondheidszorg van de anekdotes, die hij exact beschrijft.
Hoewel de selectie van columns een aardig beeld geeft van de discussies over de maatschappelijke gezondheidszorg in Nederland van de afgelopen maanden, is dat op zichzelf onvoldoende reden om u te adviseren dit boekje aan te schaffen. Daarbij wil ik niets afdoen aan de prikkelende wijze waarop, in de stukjes, de dagelijkse (banale) praktijk ons even met de benen
op de grond zet. Veel gezondheidszorgproblemen blijken soms niet zozeer met hoogdravende politieke statements opgelost te kunnen worden, maar meer met praktische daadkracht en nuchtere betrokkenheid bij wat patiënten overkomt. Dit boekje geeft een helder kijkje in die dagelijkse praktijk.
Die rode draad zal de militaire arts aan kunnen spreken. Want ook hij staat met zijn voeten in de praktijk en heeft daarbij nog vaak veel mogelijkheden om “iets” voor zijn patiënt te doen, zonder door formele ziektekostenverze
keraarsstructuren gehinderd te worden. Die militaire wereld is de schrijver niet onbekend. In enkele hoofdstukken grijpt hij terug op zijn ervaringen als marine arts. Maar ook het feit dat Mol een collega marine arts is geweest, is onvoldoende reden om een recensie in het NMGT te laten verschijnen. Mijn laatste contact met hem was bij zijn promotie, waarvoor hij onderzoeks
gegevens verzamelde tijdens zijn aanstelling als Gouvernementsarts op Saba.
De onderbouwing om in het NMGT een recensie te schrijven is echter gelegen in het feit, dat Mol via zijn verzamelde columns een prikkel wil geven aan de gevestigde orde van artsen. Een prikkel om eens te kijken in het spiegelbeeld, en je daarbij af te vragen of wij niet te veel drijven op ouderwetse arrogantie. Dat wij niet openstaan voor de werkelijke noden van de patiënten, en vooral: dat wij niet openstaan om moderne methoden te gaan gebruiken om aan die noden tegemoet te komen. De gezondheidzorg in Nederland wordt niet beter door meer euro’s te pompen in de wacht-
lijsten of andere besturingsproblemen. Er is veel meer te verwachten van meer op patiënten afgestemde spreekurentijden, mogelijkheden om vragen te beantwoorden via internet of herhalingsrecepten aan te vragen via e-mail.
Door Mol is een e-mail doktersservice opgezet, die gebruik maakt van moderne technieken en daardoor een deel van de vragen aan een arts kan derouteren buiten het fysieke spreekuur om. En in dat idee ligt m.i. ook de mogelijke prikkel voor de militair geneeskundige dienst: denk eens na over nieuwe concepten om een deel van de militair geneeskundige zorg te leveren, met name als er niet direct een arts direct bereikbaar is. We dienen ons te realiseren, dat het in de militaire gezondheidszorg niet alleen maar gaat om levensreddende heroïsche traumatologie. Een deel van de militaire populatie heeft gewoon “huis, tuin en keuken”vragen, waarbij een elektronisch contact met een arts een nieuwe manier van een consult kan zijn. Zelfs met beeld, als gebruik wordt gemaakt van foto’s, die tegenwoordig met de telefoon gemaakt kunnen worden. Maar ook therapie-
vormen (bijvoorbeeld bij GGZ-problematiek) kunnen via het e-mail verkeer verlopen.
Natuurlijk is dit geen propaganda om het persoonlijke contact tussen arts en patiënt verloren te laten gaan. Maar het is wel een pleidooi om selectief gebruik te maken van nieuwe technieken in de militaire gezondheidszorg, vooral als de klassieke methoden niet mogelijk zijn. In de toekomst zal dit wellicht een heel geaccepteerde manier zijn. Zoals jongeren langzaamaan de digitale techniek als onderdeel van hun leven zijn gaan beschouwen.
Mol schudt ons wakker, en dat is het positieve effect van zijn boekje en reden genoeg om het in dit blad aan te kondigen.
M.J.J. Hoejenbos.
Summary.
This book is a compilation of 45 columns published by the author at his internet site www.emaildokter.nl. The book gives a good insight into the recent discussions about social health care. The author is a former naval medical officer and in some of his columns he looks back upon his time in the navy. He aims to point out that the present day doctors are not really open to the real needs of their patients, and are not willing to use modern methods to come to meet those needs. He has established a successful e-mail doctor’s service which could be an example for the military medical services.
Uit MedNet, nummer 16, 7 oktober 2004
" Robert Mol startte drie jaar geleden met de website www.emaildokter.nl.
Daarmee stelde hij mensen zonder vaste huisarts in de gelegenheid
om toch aan een arts vragen te stellen of een recept aan te vragen.
In het afgelopen jaar schreef Mol elke week een column over een
onderwerp dat die week centraal stond. Die columns zijn gebundeld.
Meer informatie op www.bergboek.nl "
Uit: Medisch Contact, 59; nummer 42; 15
oktober 2004
" E-maildokter Robert Mol heeft zijn columns die hij van 23 augustus
2003 tot juli 2004 publiceerde op zijn website (www.emaildokter.nl)
gebundeld in een boekje De week van de emaildokter. Aardige, kroniekachtige
stukjes van een vriendelijke dokter, die zich bij tijd en wijle
boos maakt over dat “eeuwige zeurderige gepraat over geld” en
veel belang hecht aan een goede arts-patientrelatie. Citaat: “Een
gehaaste en ongeïnteresseerde arts, alternatief of regulier
werkend, zal volgens mij niet tot resultaat komen”. Empathie
is volgens hem de basis voor genezing.
Hoe empathie via de onpersoonlijke weg van e-mail een rol kan spelen,
is niet helemaal duidelijk, wel dat Mol zijn homeopathische collegae
juist om hun invoelend vermogen niet wil afvallen. Volgens hem
lossen zij veel kommer en kwel van zieke mensen op. Patiënten
die in de gehaaste zorg er niet beter op worden en zodoende genoodzaakt
zijn in hun wanhoop elders tot genezende en goede adviezen te komen. “Vaak
wordt hun minder gif voorgeschreven dan de reguliere arts per dag
voorschrijft.” Mol is het dan ook vast niet eens met kwakzalverijbestrijder
Cees Renckens, die elders in dit nummer (blz. 1654 e.v.) aan het
woord komt. "
Huisarts en Wetenschap jaargang 48; januari 2005; nummer 1.
De e-maildokter
Robert Mol.
De week van de emaildokter; 45 columns. Zwolle: Bergboek, 2004. 186
pagina's, € 15. ISBN 90-77-668-22-5
'Wijsheid en moed moet je hebben om
te vernieuwen of te innoveren. Je moet lef hebben en niet
bang zijn voor risico's. Robert Mol heeft die eigenschappen, een
doordrammer is hij. En dat heeft hij nodig ook, want wie een subliem
idee heeft, stuit op weerstand.'
Niet mijn woorden, maar die van de
schrijver van het voorwoord van dit boekje. Mol beschrijft in 45
columns de weken van een dokter die via internet vragen van patiënten
beantwoordt. En in die columns vermeldt hij tal van internetsites. Ik
ga uit van hun betrouwbaarheid en integriteit. De vraag die de
recensent moet beantwoorden is of de schrijver overtuigt.
'Efficiency is tegenwoordig, de 21e
eeuw, nieuw. Bezuinigen is het verleden, de 20e eeuw, dus oud of
beter gezegd: “Out!”' Mol werkt zo'n 60 tot 70 uur per week,
maar zonder druk, omdat de e-mail geduldig is. Hij beschrijft
dankbare, tevreden klanten, die snel en servicegericht worden
geholpen. De klacht 'moe' resulteert voor hem in
schildklieraandoeningen en leukemie; rugpijn in een foto waarop een
wervelfractuur te zien valt. Hij weet zeker dat door het
e-mailconsult een fors aantal kankergevallen in een vroeg
stadium op te sporen zijn. 'Mijn cliëntvriendelijkheid is
gebaseerd op snel terugbellen na binnenkomst van de e-mail, adequate
vraagstelling en afhandeling, prettige nazorg en interesse tonen
voor de patiënt via mijn stem.'
Mol noemt Nederland het matte zorgland,
het land van de leuze 'Het gaat toch goed zo?' We berusten erin
dat de babysterfte zo hoog is geworden als in de kranten van enige
tijd geleden stond te lezen. Onze verzorgings- en
verpleeghuizen zijn armoedig en Mol vindt het raadselachtig dat
er niet veel meer klachten over komen.
Wat is er leuker voor een journalist
dan om opbeurende en positieve verhalen te schrijven?
vraagt Mol zich af. Ik zou het niet weten. Mol is aanhanger van een
regel die hij toeschrijft aan Trijntje Oosterhuis: 'Each
day is Valentine's day'. Maar het is niet waar dat iedere dag
voor iedereen een vrolijke dag zou zijn: dat te menen
getuigt van leven in een waan en geenszins van wijsheid en moed.
Of medisch advies geven via internet
een subliem idee is – ik heb er, ook na het lezen van dit boekje,
geen mening over. Maar het positivistisch simplisme dat Mol in
dit boekje ten toon spreidt is naar mijn stellige overtuiging
voor een arts, ook voor een e-maildokter een gevaarlijke
opvatting.
Ger van der Werf |